‘Eerst speeltuin en dán Austalielie’

‘Wat is dat?’, vraag ik mijn peuter die met serieuze blik in een boekje bladert. ‘Een koenoeroe’, zegt ze. Ik reken het goed. ‘En waar woont die?’ Nika kijkt me even aan en wijst dan naar de kangoeroe op de bladzijde. ‘Daar’, zegt ze. Het is niet het antwoord dat ik horen wil. Ik probeer het nog eens. ‘In welk land woont de kangoeroe?’ Geen antwoord. ‘In Au… stra…’, kauw ik voor. Een triomfantelijke blik: ‘Austalielie’, roept ze zo hard ze kan. Geslaagd!

Hoe bereid je je peuter voor op de reis die we dit jaar met z’n drietjes naar Nieuw-Zeeland en Australië gaan maken? Hoe leg je haar uit dat we straks een half jaar lang in een huisje op wielen wonen? En dat ze opa dan een hele tijd lang niet meer in z’n dikke buik kan prikken? Hoe bereiden we haar voor op de koalabeertjes en kangoeroes die we daar gaan zien, maar vooral ook op de slangen en spinnen die toch vast minder vriendelijk zijn dan al die vrolijke tekenfilmfiguren die ze nu bijna dagelijks ziet? Precies, met een boekje dus. We vonden het zelf wel een goed idee.

Nika bladert graag door haar Australië-boekje. Het gaat over een meisje dat op reis gaat naar dat verre land, met het vliegtuig, en daar Aboriginals ziet, maar ook kangoeroes, koalaberen en lange roadtrains. ‘Over een heleboel nachtjes slapen gaan wij ook met het vliegtuig naar de andere kant van de wereld’, zeg ik blij tegen haar.

Missie lijkt geslaagd. Nika weet inmiddels dat we naar Australië en Nieuw-Zeeland gaan en dat we daar kangoeroes en kiwi’s gaan ontmoeten. Ze weet ook dat we daar heel veel gaan zwemmen en dat er ook speeltuinen zijn. Ze vindt het leuk, maar van patat met frikandellen wordt ze eerlijk gezegd enthousiaster. Dus terwijl wij het bijna over niets anders meer kunnen hebben, heeft Nika wel belangrijkere dingen aan haar hoofd (patat met frikandellen dus). Zo vaak mogelijk over de grote reis beginnen, is onze strategie. Zodat ze straks niet na drie uur vliegen al vraagt wanneer we weer naar huis gaan.

‘Zullen we naar de speeltuin gaan?’, vraag ik en ik hoef het antwoord niet af te wachten. Zo snel als de wind tijdens een westerstorm is ze naar de onderste tree van de trap gesprint om haar schoenen aan te trekken. ‘Eerst speeltuin en dán Austalielie’, hoor ik haar opgewekt roepen. Ik heb moeite om mijn lach in te houden. Ik geloof dat ons plannetje om haar voor te bereiden op onze grote reis wel een beetje werkt, maar aan dat tijdsbesef moeten we nog even werken. Misschien hebben ze daar ook wel een boekje voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *