Pap, we gaan ervoor

Nika gaat op haar tenen staan, twee armen gestrekt boven haar hoofd. Ze rekt zich uit zover als ze kan en drukt dan met het puntje van haar wijsvinger op het knopje van de lift. Gelukt, het bakje komt in beweging. Het is meteen haar hoogtepunt van ons bezoek aan haar opa en ze lacht triomfantelijk.

Mijn hoogtepunt moet nog komen. Dat laat niet lang op zich wachten. De deuren van de lift gaan open en Nika loopt aan mijn hand de woonkamer in. Zeven hoofden draaien zich om en zeven paar ogen verplaatsen zich naar beneden, naar Nika. Alle ogen twinkelen als ze haar zien, maar in één paar verschijnen tranen. Het zijn die van Nika’s opa, van mijn vader, en het zijn tranen van geluk.

Tranen heb ik volgens mij nooit eerder in zijn ogen gezien. Maar de Alzheimer heeft hem veranderd. Kon hij vroeger genieten van het kijken naar foto’s van verre landen, ze boeien hem nu niet meer. Met dagelijkse dingen, zoals zijn jas vast ritsen of een broodje smeren, wordt hij noodgedwongen geholpen. Hij komt nog maar moeilijk uit zijn woorden, houdt meestal zijn mond. Het leven accepteert hij zoals het komt. In zijn kamer, in de wooninstelling, hangen foto’s van Nika aan de wand. Ze is zijn enige kleindochter en ze betekent alles voor hem. Haar krijgt die rottige ziekte gelukkig niet zo makkelijk uit zijn hoofd.

,,Ik zit de hele dag al te wachten tot jullie komen”, zegt hij geëmotioneerd en hij buigt zich voorover naar zijn enige kleindochter. Nadat Nika hem een dikke kus geeft, kijkt hij trots om naar de andere bewoners. Zijn ogen zeggen, dit is míjn meisje.

Een geluksmoment en daar geniet ik van. Maar er gaan ook minder blije gedachten door mijn hoofd. Wat mijn vader én Nika zich allebei niet realiseren is dat opa en kleindochter elkaar straks een half jaar lang niet zien, als wij op reis zijn naar de andere kant van de wereld. Heb ik eigenlijk wel het recht om haar, zijn grootste geluk, van hem weg te nemen? Net nu hij haar liefde misschien wel het hardst nodig heeft? Zal hij er nog wel zijn als we terugkomen? En zo ja, herkennen ze elkaar dan nog?

Wat een droom die werkelijkheid wordt; op reis met ons kleine meisje. Maar het is ook zo dubbel. Want natuurlijk hadden de oma’s en opa’s liever gehoord dat we een weekendje naar Drenthe gaan. En wat zullen we sommige vrienden enorm gaan missen. De Alzheimer van mijn vader maakt alles helemaal ingewikkeld. Toch houd ik in m’n achterhoofd wat hij een half jaar geleden tegen me zei. ,,Als je de kans hebt, dan moet je hem grijpen. Het is jullie leven, ga ervoor.” Ik denk dat hij zich nu niet meer herinnert dat hij dat ooit heeft gezegd. Maar bij mij staat het in m’n geheugen gegrift. Ik geloof dat hij er, diep van binnen, nog steeds zo over denkt. Pap, we gaan ervoor. We leven onze droom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *